ECLI:NL:RBDHA:2025:3921
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser diende op 24 oktober 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 22 januari 2025 af als kennelijk ongegrond en legde tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 6 maart 2025 was de gemachtigde van eiser afwezig wegens verhindering, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was. De minister informeerde de rechtbank op 4 maart 2025 dat eiser op 24 februari 2025 met onbekende bestemming was vertrokken, zonder zijn verblijfplaats kenbaar te maken aan de minister of zijn gemachtigde.
De rechtbank overwoog dat uit vaste rechtspraak volgt dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, in principe geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep. Omdat eiser geen contact meer onderhield en geen concrete aanwijzingen waren om hiervan af te wijken, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.