ECLI:NL:RBDHA:2025:3964
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak inzake hervatting inhouding op uitkering wegens beslag ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 19 december 2024, waarin het beroep van opposant tegen de hervatting van inhouding op zijn uitkering wegens een beslag gegrond werd verklaard. Opposant had bezwaar gemaakt tegen de inhouding van €40,50 per maand vanaf september 2024, welke door het college was medegedeeld in een brief die volgens de rechtbank wel een besluit in de zin van de Awb was.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het bezwaar van opposant ongegrond, omdat het college binnen het kader van het beslag was gebleven en rekening had gehouden met de beslagvrije voet. Opposant stelde in het verzet vooral vragen over de rechtsgeldigheid en omvang van de hoofdsom waarvoor beslag was gelegd, wat echter niet aan de orde is in het verzet.
De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is, omdat het geen nieuwe gronden bevat die tot een andere beoordeling leiden en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.