Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 30 mei 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en het beroep schriftelijk behandeld.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen. De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank legt de minister op om uiterlijk 30 juli 2026 een besluit te nemen, rekening houdend met het fifo-principe zoals eerder vastgesteld door de meervoudige kamer. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres ter hoogte van €453,50.