Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden voor een minderjarige die verblijft in een gesloten jeugdinstelling. De minderjarige heeft positieve stappen gezet, maar er zijn nog ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die behandeling in een gesloten setting noodzakelijk maken.
De kinderrechter stelde vast dat beide ouders gezag hebben en dat instemming van beide vereist is. Hoewel de vader niet aanwezig was, werd via een WhatsApp-bericht van hem aan de moeder voldoende instemming aangenomen. De moeder stemde eveneens in.
De kinderrechter oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege de ernst van de problemen en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De positieve ontwikkeling van de minderjarige is pril en verdere behandeling in geslotenheid is gewenst. De machtiging werd daarom verleend, maar slechts voor vier maanden in plaats van de gevraagde zes, omdat het verzoek onvoldoende onderbouwd was en de minderjarige meer duidelijkheid en perspectief nodig heeft.
De beschikking is op 18 februari 2025 mondeling gegeven en op 4 maart 2025 schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.