Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Op 24 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting. Omdat de rechtbank bij mondelinge uitspraak op 13 maart 2025 reeds heeft beslist op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.