Uitspraak
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
[minderjarige] ,V-nummer: [v-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiseres voerde aan dat de beslissing onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was, mede vanwege de risico's voor haar minderjarige dochter die mogelijk besneden zou worden in de Dominicaanse Republiek. Zij beroept zich op het Tarakhel-arrest en stelt dat zij en haar dochter kwetsbare personen zijn die aanvullende garanties behoeven.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van bijzondere kwetsbaarheid of dat Frankrijk niet de benodigde bescherming kan bieden. De stellingen over ontvoering en besnijdenis zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelt dat Frankrijk verantwoordelijk is en dat eiseres zich tot Franse autoriteiten kan wenden.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro had moeten inzetten. Het bestreden besluit is zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. E.M.A. Vinken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.