Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van het Dublin-verdrag. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.9310), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief; tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk. Hiermee bevestigt de rechtbank de toepassing van het Dublin-verdrag en de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de asielaanvraag van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de asielaanvraag blijft niet in behandeling genomen wegens Dublin-verantwoordelijkheid van Frankrijk.