ECLI:NL:RBDHA:2025:4076
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 juli 2024 waarbij haar asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Tegelijkertijd is in een andere zaak (NL24.31278) uitspraak gedaan op het beroep zelf.
Gezien deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 14 maart 2025 door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en griffier Ż.A. Meinert. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.