ECLI:NL:RBDHA:2025:4089
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over aanvullende beoordeling asielaanvraag wegens geloofsafvalligheid en risico terugkeer Iran
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, heeft in oktober 2018 een asielaanvraag ingediend wegens afvalligheid van de islam, bekering tot het christendom en het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Iran. De minister wees haar aanvraag in juni 2022 af, waarbij de geloofwaardigheid van haar bekering en de daaruit voortvloeiende risico's werden betwijfeld, ondanks dat haar identiteit en illegale uitreis als geloofwaardig werden beschouwd.
De rechtbank constateert een onaanvaardbaar lang tijdsverloop tussen het instellen van beroep in juli 2022 en de zitting in maart 2025, grotendeels veroorzaakt door de rechtbank zelf. Daarnaast is de motivering van de minister onvoldoende, met name ten aanzien van de terugdraaing van een eerder geloofwaardig geachte afvalligheid en de onvoldoende waardering van het rapport van Stichting Gave en verklaringen van derden.
De rechtbank wijst erop dat een actuele en integrale beoordeling van het risico bij terugkeer noodzakelijk is, mede gezien de langdurige periode waarin eiseres haar geloofsactiviteiten heeft voortgezet. Ook dient de minister nader te onderzoeken hoe eiseres zich kleedt en haar beweegredenen om zich niet aan de kledingvoorschriften in Iran te conformeren, in het licht van recente jurisprudentie en landeninformatie.
De rechtbank doet een tussenuitspraak om de minister in de gelegenheid te stellen eiseres nader te horen en een aanvullend besluit te nemen binnen acht weken, waarna eiseres kan reageren. De procedure wordt aangehouden om het geschil in eerste aanleg finaal te kunnen beslechten.
Uitkomst: De rechtbank doet een tussenuitspraak en stelt de minister in de gelegenheid eiseres nader te horen en een aanvullend besluit te nemen binnen acht weken.