Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 19 juli 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen. Uit de wettelijke bepalingen volgt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen kan worden ingediend nadat een ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken.
De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank heeft op basis van het fifo-principe een nieuwe beslistermijn vastgesteld tot 30 mei 2025. Tevens is een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsom is vastgesteld op €1.442. De minister is veroordeeld in de proceskosten van €453,50.