Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1] en [naam 2] , V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2] , verzoekers
[naam 3], V-nummer: [v-nummer 3] (gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bij besluiten van 19 september 2024 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister niet in behandeling zijn genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van hun asielaanvragen volgens de Dublinverordening.
Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken samen met de beroepen op 2 december 2024 behandeld.
De rechtbank heeft op 14 januari 2025 uitspraak gedaan over de samenhangende beroepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D.M. Schuiling en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.