ECLI:NL:RBDHA:2025:420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering urgentieverklaring wegens ontbreken urgent woonprobleem en onvoldoende onderbouwing
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring omdat zij met haar drie minderjarige kinderen haar huurwoning zou moeten verlaten en psychosociale klachten ondervindt. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een urgent woonprobleem, geen verband tussen klachten en woning en geen financiële teruggang.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de urgentieverklaring heeft geweigerd. Eiseres hoeft de woning niet te verlaten, er is geen acuut dreigende dakloosheid en de psychosociale klachten zijn primair het gevolg van haar echtscheiding en niet van de woonsituatie. Ook is onvoldoende aangetoond dat zij financieel niet in staat is de huur te betalen.
De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de situatie van eiseres niet uitzonderlijk schrijnend is en de regionale woningnood een restrictief beleid rechtvaardigt. De rechtbank ziet geen strijd met internationale verdragen of de Grondwet en bevestigt dat verweerder zijn beoordelingsruimte niet heeft overschreden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is conform eerdere jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter over soortgelijke principiële gronden.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de urgentieverklaring en verklaart het beroep ongegrond.