Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Procesverloop
Overwegingen
Voortvarendheid
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 26 januari 2025 aan eiser, van Georgische nationaliteit, de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende gronden had om de bewaring te dragen, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en eerdere overtredingen van vreemdelingenwetgeving. Eiser voerde aan dat een lichter middel passend was en dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld bij zijn uitzetting.
De rechtbank wees deze gronden af. De minister had tijdig een terug- en overnameverzoek ingediend en een vertrekgesprek gevoerd. Bovendien was eiser niet in het bezit van een reisdocument en beschikte hij niet over voldoende middelen om zelfstandig te vertrekken. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het schadeverzoek af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.