De grootouders van een minderjarige hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en tot benoeming van zichzelf als voogd. De moeder kampt sinds haar jeugd met verslavingsproblemen en heeft zes maanden na de geboorte van het kind een terugval gehad, waardoor zij niet in staat is de verzorging en opvoeding op zich te nemen.
Sinds augustus 2021 verblijft de minderjarige in het pleeggezin van zijn grootouders, die tevens pleegouders zijn. De moeder onderhoudt beperkt contact met het kind. De grootouders ervaren hinder bij het nemen van noodzakelijke beslissingen vanwege het ontbreken van gezagsbevoegdheid.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind gediend is met beëindiging van het gezag van de moeder en benoeming van de grootouders tot voogd. De moeder heeft geen verweer gevoerd en de pleegzorginstantie steunt het verzoek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.