ECLI:NL:RBDHA:2025:421
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beklag tegen beslaglegging op ICT-apparatuur in Europees Onderzoeksbevel
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Franse autoriteiten is op 26 mei 2021 beslag gelegd op diverse ICT-apparatuur van klaagster. Klaagster diende op 7 juni 2021 een beklag in tegen deze beslaglegging, strekkende tot teruggave van de goederen.
De rechtbank Den Haag behandelde het beklag op 5 oktober 2021. De Franse autoriteiten hadden geheimhouding van het onderliggende onderzoek verzocht, waardoor het EOB en de onderliggende stukken niet aan klaagster werden verstrekt. Klaagster was niet aanwezig, wel haar advocaat. De officier van justitie stelde dat het beklag ongegrond moest worden verklaard omdat het strafvorderlijk belang nog steeds aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het beklag te behandelen en dat klaagster ontvankelijk was omdat het beklag binnen de wettelijke termijn was ingediend. De toetsing van het beslag richtte zich op de rechtmatigheid en het voortduren van het beslag, waarbij de rechter marginaal toetst en geen onderzoek doet naar de gronden van het EOB. De rechtbank concludeerde dat het beslag rechtmatig was gelegd en dat het belang van strafvordering voortduurde, mede omdat de Franse autoriteiten niet hadden afgezien van het beslag.
Hoewel de wettelijke termijn voor de beslissing was overschreden, had dit geen gevolgen voor de beoordeling. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en handhaafde het beslag op de ICT-apparatuur.
Uitkomst: Het beklag tegen de beslaglegging op ICT-apparatuur is ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.