ECLI:NL:RBDHA:2025:4221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Dublinverordening na herstel motivering over overdracht aan Letland
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen het besluit van 16 december 2024 waarbij de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling werd genomen omdat Letland verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de motivering van verweerder onvoldoende was met betrekking tot de toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
Verweerder heeft vervolgens met een aanvullend besluit van 10 februari 2025 de motivering aangevuld. Hierin werd onder meer ingegaan op de door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals de angst voor haar ex-echtgenoot in Letland en haar medische situatie. Verweerder concludeerde dat deze omstandigheden niet zodanig waren dat overdracht aan Letland onevenredige hardheid zou betekenen.
De rechtbank oordeelt dat het gebrek in het oorspronkelijke besluit met het aanvullend besluit is hersteld en dat verweerder redelijkerwijs heeft kunnen besluiten geen toepassing te geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de motiveringsplicht, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.267,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.