Uitspraak
Inleiding
5oktober 2021 onder klager beslag gelegd op diverse voorwerpen. Klager heeft op 15 oktober 2021 bij deze rechtbank een klaagschrift ingediend, strekkende tot teruggave van deze voorwerpen.
Rechtbank Den Haag
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Duitse autoriteiten is in oktober 2021 beslag gelegd op diverse voorwerpen, waaronder een kluissleutel die zich in de woning van klager bevond. Klager diende een beklag in tot teruggave van deze sleutel, stellende dat het EOB niet zag op de kluis waar de sleutel toegang toe geeft.
De rechtbank behandelde het beklag en oordeelde dat het EOB, gelet op de ruime bewoordingen, ook de inbeslagname van de kluissleutel omvatte. De Duitse autoriteiten hadden niet aangegeven af te zien van het beslag, waardoor het belang van de strafvordering voortduurde. De rechtbank stelde vast dat de erkenning en tenuitvoerlegging van het EOB rechtmatig waren geschied volgens de artikelen 94 en 104 Sv.
De rechtbank wees het beklag af omdat de toetsing marginaal is en het niet aan de Nederlandse rechter is om de gronden van het buitenlandse rechtshulpverzoek te onderzoeken. Tevens werd opgemerkt dat de vraag of het EOB ook grondslag biedt voor doorzoeking van de kluis zelf buiten deze procedure valt.
De beslissing werd op 1 november 2021 uitgesproken door rechter B.W. Mulder in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de kluissleutel wordt ongegrond verklaard.