ECLI:NL:RBDHA:2025:4248

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 maart 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
NL25.602
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling minister na tegemoetkoming in bezwaar

De rechtbank Den Haag heeft op 18 maart 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoekster en de minister van Asiel en Migratie. Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Tijdens de procedure is de minister alsnog tegemoetgekomen door een beslissing te nemen op het bezwaar van verzoekster van 13 december 2023.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in een dergelijk geval de minister veroordelen in de proceskosten. De rechtbank heeft het verzoek van verzoekster als kennelijk gegrond beoordeeld en zonder zitting uitspraak gedaan.

De proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 453,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en daarnaast moet de minister het door verzoekster betaalde griffierecht van € 194,- vergoeden. Hiermee komt de rechtbank tegemoet aan het verzoek van verzoekster om vergoeding van de gemaakte kosten.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 en het griffierecht van € 194,- aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.602

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
2. Omdat het verzoek als kennelijk gegrond wordt toegewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoekster tegemoet is gekomen door tijdens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar, alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar van verzoekster van 13 december 2023.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. Dat betekent dat verzoekster gelijk krijgt.
6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister het door verzoekster betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 453,50;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan verzoekster te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.