ECLI:NL:RBDHA:2025:425
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 september 2024, waarbij zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.37542), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.