ECLI:NL:RBDHA:2025:4271
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende bewijs van vorderingsrecht
Verzoekster heeft een verzoek tot faillietverklaring van verweerster ingediend, stellende dat verweerster meerdere schulden onbetaald laat, waaronder een vordering van €40.000 waarvan €16.000 onbetaald zou zijn gebleven. Verweerster betwist de vordering gemotiveerd en stelt dat er geen koopovereenkomst, factuur, aanmaning of sommatie is, en noemt de vermeende schulden 'spookfacturen'.
De rechtbank beoordeelt dat het vorderingsrecht van verzoekster niet summierlijk kan worden vastgesteld, wat noodzakelijk is voor een faillissementsprocedure. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de pluraliteit van schuldeisers en de toestand van het hebben opgehouden te betalen. Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen.
Verzoekster wordt niet veroordeeld in de werkelijk gemaakte kosten, omdat geen misbruik van procesrecht is gebleken, maar wel in de forfaitaire proceskosten van €598. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 maart 2025 door rechter M. van Nooijen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het vorderingsrecht.