ECLI:NL:RBDHA:2025:429
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken gezinsleven
Eiseres, een minderjarige met de Ghanese nationaliteit, verzocht om een machtiging voor voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij haar biologische vader in Nederland. De Minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het mvv-vereiste en geen vrijstelling daarvan kon worden toegekend. Tevens werd geoordeeld dat er geen feitelijke gezinsband of hechte persoonlijke banden bestonden tussen eiseres en haar vader, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres voerde aan dat zij geboren is uit een relatie gelijkgesteld aan een huwelijk en dat haar vader haar biologische vader en erkenner is, wat volgens haar voldoende is voor het aannemen van gezinsleven. Zij stelde dat het toetsingskader van verweerder onjuist is en dat verweerder ten onrechte bewijsstukken over de hechte persoonlijke banden niet in samenhang heeft betrokken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij is geboren uit een relatie gelijkgesteld aan een huwelijk en dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende objectief verifieerbaar zijn om samenwoning aan te tonen. Daarnaast is enkel biologische verwantschap en erkenning onvoldoende om gezinsleven aan te nemen zonder hechte persoonlijke banden. De rechtbank concludeerde dat verweerder het juiste toetsingskader hanteert conform de Gezinsherenigingsrichtlijn en jurisprudentie van het EHRM en de hoogste bestuursrechter.
Ten slotte stelde de rechtbank vast dat de financiële en contactgegevens onvoldoende zijn om hechte persoonlijke banden aan te nemen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en wordt het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van gezinsleven.