Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 28 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na een periode waarin Italië verantwoordelijk was voor de behandeling, werd de aanvraag op 17 mei 2023 door Nederland overgenomen vanwege een te late overdracht. Verweerder verlengde de beslistermijn wettelijk tot vijftien maanden.
Eiser diende op 29 november 2023 een ingebrekestelling in, stellende dat de beslistermijn was overschreden. Verweerder verklaarde deze ingebrekestelling ongeldig omdat deze prematuur was ingediend, aangezien de beslistermijn nog niet was verstreken. Eiser stelde beroep in tegen deze ongeldigverklaring.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn van vijftien maanden pas op 17 mei 2023 begon te lopen en op het moment van de ingebrekestelling nog niet was verstreken. De ingebrekestelling was daarom prematuur en niet rechtsgeldig, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Ook het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Het bestreden besluit blijft in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling; het bestreden besluit blijft in stand.