ECLI:NL:RBDHA:2025:4370
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening tegen niet tijdig beslissen UWV
Eiser stelde op 25 november 2021 een verzoek tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer bij het UWV. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiser het UWV op 24 februari 2022 in gebreke en ontving een dwangsombeschikking op 3 mei 2022. Pas op 24 oktober 2024 diende eiser een beroepschrift in tegen het niet tijdig beslissen, ruim twee jaar na de ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat het beroep onredelijk laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Daarnaast werd geoordeeld dat het verzoek van 25 november 2021 niet kwalificeert als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat geen besluitplicht bestond. Hierdoor voldeed het beroep ook niet aan de formele vereisten voor ontvankelijkheid.
De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk beoordeeld en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het UWV is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening en het ontbreken van een besluitplicht.