ECLI:NL:RBDHA:2025:4438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden
Eiseres, afkomstig uit Bangladesh, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als gezinslid bij haar moeder, welke met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat haar moeder niet meer voldeed aan de studiebeperking. Hierdoor verviel ook haar verblijfsrecht. Eiseres vroeg vervolgens om wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden, maar deze aanvraag werd door de minister afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden.
De rechtbank behandelde het beroep op 27 februari 2025 en oordeelde dat de bezwaargronden van eiseres onvoldoende waren om tot een ander besluit te komen. Eiseres stelde dat zij niet goed begreep dat zij bijzondere omstandigheden moest aanvoeren en gaf tijdens de zitting aan dat zij lesbisch is en daarom niet kan terugkeren naar Bangladesh. De rechtbank vond echter dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd waren en dat het feit dat eiseres het bezwaar zelf had geschreven geen aanleiding gaf tot nader onderzoek door de minister.
De minister wees ook terecht op de mogelijkheid om een asielaanvraag in te dienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Eiseres moet binnen vier weken Nederland verlaten. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier J.A. Hessels en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot wijziging van haar verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.