ECLI:NL:RBDHA:2025:4444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten na draagkrachtberekening
Eiseres, een alleenstaande ouder met een uitkering op grond van de Participatiewet, verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering en een eindafrekening van haar voormalige bewindvoerder. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af, herzag de maandelijkse vergoeding en vorderde te veel betaalde bedragen terug vanwege een vastgestelde draagkracht in vermogen.
Eiseres stelde dat de draagkracht onjuist was vastgesteld, omdat een ontvangen energietoeslag 2022 als doelverstrekking van het vermogen afgetrokken had moeten worden, wat haar draagkracht nihil zou maken. De rechtbank oordeelde dat het college binnen zijn beoordelingsruimte de draagkracht juist had vastgesteld aan de hand van beleidsregels, waarbij alleen vermogen binnen de draagkrachtperiode in aanmerking werd genomen en doelverstrekkingen buiten die periode niet werden meegeteld.
De rechtbank benadrukte dat de Participatiewet een vangnet is en dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor het voorzien in de kosten van levensonderhoud, ook indien onder bewind. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die afwijken van de beleidsregels rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing, herziening en terugvordering van bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten is ongegrond verklaard.