ECLI:NL:RBDHA:2025:4519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en afwijzing aanvraag niet-tijdelijke humanitaire gronden
Eiseres, houdster van de Turkse nationaliteit, betwistte de intrekking van haar verblijfsvergunning als familie- of gezinslid en de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'niet-tijdelijke humanitaire gronden'. De minister had de vergunning ingetrokken omdat eiseres niet langer voldeed aan de voorwaarden, mede vanwege beëindiging van het huwelijk met haar referent en het ontbreken van een jaar legale arbeid.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen rechten kon ontlenen aan artikel 6 en Pro 7 van Besluit 1/80, omdat zij niet één jaar legale arbeid had verricht en niet drie jaar onafgebroken legaal verbleef bij een Turkse werknemer. Tevens voldeed zij niet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning onder niet-tijdelijke humanitaire gronden, omdat haar huwelijk binnen drie jaar was ontbonden en zij niet rechtmatig verblijf had in het jaar voorafgaand aan de ontbinding.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. Eiseres kreeg geen teruggaaf van griffierecht en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Duifhuizen en griffier B. Göbel op 18 maart 2025 te Arnhem.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en afwijzing van de aanvraag worden ongegrond verklaard.