ECLI:NL:RBDHA:2025:452
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk bij intrekking beroepsprocedure vreemdelingenrecht
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 16 januari 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van een aanvraag voor opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van 6 november 2024, maar heeft dit beroep op 15 november 2024 ingetrokken. Omdat tegen het besluit op bezwaar geen beroepsprocedure meer loopt, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek dan ook zonder zitting en zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het beroep tegen het besluit op bezwaar.