ECLI:NL:RBDHA:2025:4553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden bevestigd
Eiseres, houdster van een verblijfsdocument EU/EER op grond van het arrest Chavez-Vilchez, verzocht om een verblijfsvergunning voor niet-tijdelijke humanitaire gronden. De minister wees deze aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 3.51 van het Vreemdelingenbesluit 2000, aangezien zij geen houder was van een verblijfsvergunning onder de vereiste beperking.
De rechtbank oordeelde dat de Gezinsherenigingsrichtlijn (Gri) niet van toepassing is op gezinsleden van EU-burgers zoals eiseres, en dat het nationale beleid van de minister niet in strijd is met artikel 15 van Pro de Gri. Ook werd geoordeeld dat het verschil in behandeling tussen eiseres en vreemdelingen met een nationaalrechtelijk verblijfsrecht gerechtvaardigd is en dat er geen schending is van artikel 8 EVRM Pro.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister terecht van de hoorplicht kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Eiseres kan andere wegen bewandelen, zoals naturalisatie of een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.