ECLI:NL:RBDHA:2025:4594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen over visum
Verzoekster stelde op 15 januari 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van een faciliterend visum voor kort verblijf. Tijdens de procedure gaf de minister alsnog het visum af, waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist, waardoor het bezwaar gegrond was en de minister geheel aan het beroep tegemoet was gekomen. Op grond hiervan werd het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister verplicht is het betaalde griffierecht van €194 te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van €453,50.