Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 30 juli 2024, waarin uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet werd geweigerd. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.30094. Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting en heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Gezien de gegrondverklaring van het beroep heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verzoeker moet worden behandeld alsof hem uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet, totdat het nieuwe besluit op bezwaar bekend is gemaakt.
Verder is verzoeker gerechtigd tot vergoeding van proceskosten, die door verweerder moeten worden betaald. De vergoeding bedraagt € 907,-, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor één proceshandeling door een gemachtigde.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker wordt behandeld alsof uitstel van vertrek is verleend tot het nieuwe besluit op bezwaar bekend is.