Uitspraak
- Partij A [eiseres] handhaaft haar standpunt dat haar prestaties zijn belast voor de heffing van omzetbelasting en dat recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Partij B [verweerder] blijft bij haar standpunt dat de prestaties zijn vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting en dat geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat;
- Met het verlenen van de teruggaven over het derde en het vierde kwartaal 2020, respectievelijk bij beschikking van 13 november 2020 en 12 februari 2021 is door partij B het in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat partij A recht op aftrek van voorbelasting zou hebben op de bouw en exploitatiekosten van het nieuwe hospice en dat de prestaties van partij A niet zouden zijn vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting;
- Met het versturen van de brief van 10 maart 2021 heeft partij B het hiervoor genoemde gewekte vertrouwen opgezegd. Partijen zijn overeengekomen dat hierbij een overgangstermijn in acht wordt genomen dit eindigt op 1 juli 2022;
- Het nieuwe hospice van partij A betreft een nieuwe onroerende zaak die in gebruik is genomen in het vierde kwartaal van 2020.
5.Gevolgen
- Totdat sprake is van een andersluidend rechterlijk oordeel ten aanzien van belanghebbende (zie hierna), is het uitgangspunt dat partij A tot 1 juli 2022 enkel belaste prestaties verrichtte en met ingang van 1 juli 2022 enkel vrijgestelde prestaties;
- Partij B zal de volgende teruggaven alsnog verlenen:
- Partij B zal geen naheffingsaanslagen opleggen over het derde kwartaal 2020 en het
- vierde kwartaal 2020;
- Met ingang van het derde kwartaal 2022 zal partij A handelen conform het standpunt van partij B (vrijgestelde prestaties) en geen voorbelasting meer in aftrek brengen die kan worden toegerekend aan de bouw of de exploitatie van het hospice;
- Met ingang van het derde kwartaal 2022 beschikt partij A over alle rechtsmiddelen om het standpunt van partij B aan te vechten;
- Partij A dient conform geldende wet- en regelgeving
6.Geldigheidsduur van de overeenkomst
short stay verhuuren is daarom op grond van artikel 11, eerste lid, letter b, ten tweede, van de Wet belast tegen het lage tarief. De diensten van de vrijwilligers en de coördinatoren zijn bijkomend van aard en bedoeld om de hoofddienst voor de afnemer geschikter te maken. Deze diensten delen daarom het fiscale lot van de hoofddienst.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat eiseres recht heeft op teruggaaf van het bedrag aan omzetbelasting dat zij heeft voldaan voor het tijdvak 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2022 ter zake van de herziening van in aftrek gebrachte omzetbelasting;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.108;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden.