ECLI:NL:RBDHA:2025:4638
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 6 december 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Op 28 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld. Verzoekster is hierbij verschenen met haar gemachtigde en een tolk, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
De rechtbank heeft bij uitspraak op dezelfde dag in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en is er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. A.A.M. Elzakkers en is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielprocedure is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.