ECLI:NL:RBDHA:2025:466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na prematuur beroep in asielzaak
Verzoeker heeft op 12 oktober 2024 een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en gaf de minister een termijn van zestien weken om een besluit te nemen. Op 7 november 2024 stelde verzoeker opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Inmiddels werd de aanvraag op 3 december 2024 ingewilligd en trok verzoeker het tweede beroep in met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank overweegt dat het tweede beroep prematuur was omdat de termijn van zestien weken nog niet verstreken was bij indiening. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk en is er geen sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom kan geen proceskostenveroordeling worden opgelegd.
Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel op 14 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens prematuur en niet-ontvankelijk beroep.