ECLI:NL:RBDHA:2025:4671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig beslissen asielaanvraag met oplegging dwangsom
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank had het beroep eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te vroeg was ingediend. In het verzet stelt opposant dat de asielaanvraag op 31 januari 2023 is ingediend, niet op 31 oktober 2023 zoals eerder vermeld.
De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is omdat de ingebrekestelling niet prematuur was en het beroep tijdig is ingediend na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, die door een geldige verlenging op 30 april 2024 eindigde. De rechtbank vernietigt het besluit dat gelijkstaat aan het niet tijdig beslissen en bepaalt dat verweerder binnen twee weken een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van opposant, vastgesteld op €453,50. De rechtbank benadrukt het belang van zorgvuldige en tijdige besluitvorming in asielprocedures en verwijst naar het 8+8-weken model en de 21-maanden termijn uit de Procedurerichtlijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.