Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €229,00 opgelegd voor het parkeren in een groenstrook, een locatie met gras, een boom, een trottoirband en een paaltje, die door de gemeente wordt onderhouden. Betrokkene stelde dat hij op de tweede rijstrook een auto inhaalde en niet verplicht was naar de meest rechterbaan te gaan.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde ter zitting voor het beroep deels gegrond te verklaren vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, met een voorstel tot matiging van de boete.
De kantonrechter oordeelde dat de waarneming van de verbalisant betrouwbaar was en dat de rechterrijstrook vrij was, maar erkende dat betrokkene bezig was met inhalen en dat er onvoldoende bewijs was dat dit het overige verkeer hinderde. Gelet op jurisprudentie matigde de kantonrechter de boete eerst met 25% wegens termijnoverschrijding, vervolgens met nog eens 25% vanwege schending hoorplicht, en tot slot tot nihil wegens bijzondere omstandigheden.
De beslissing vernietigt het eerdere besluit van de officier van justitie en bepaalt dat het door betrokkene gestelde bedrag aan zekerheid wordt terugbetaald.