ECLI:NL:RBDHA:2025:4697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens schijnhuwelijk en onvoldoende duurzame relatie
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'verblijf bij familie- of gezinslid', gebaseerd op haar huwelijk met een Nederlandse referent. De aanvraag werd door verweerder afgewezen vanwege vermoedens van een schijnhuwelijk, onderbouwd met tegenstrijdige verklaringen over essentiële aspecten van hun relatie en onjuiste informatie in de antecedentenverklaring.
In bezwaar en het daaropvolgende beroep heeft eiseres aanvullende bewijsstukken en een hoorzitting aangevoerd. Desondanks concludeerde de rechtbank dat de verklaringen van eiseres en referent op cruciale punten niet eensluidend waren, waardoor de duurzame en exclusieve aard van hun relatie niet aannemelijk werd gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de formele status van het huwelijk niet doorslaggevend is voor de beoordeling van de relatie.
Verder werd geoordeeld dat er geen sprake is van strijd met artikel 8 EVRM Pro, omdat de feitelijke invulling van de relatie onvoldoende is aangetoond. Ook werd het beroep op de hardheidsclausule afgewezen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een duurzame en exclusieve relatie.