ECLI:NL:RBDHA:2025:4744
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 29 november 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Op 13 februari 2025 is het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft bij uitspraak in zaaknummer NL24.47783 het beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.