ECLI:NL:RBDHA:2025:4746
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvragen wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoekers, waaronder minderjarige kinderen, hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de behandeling van de aanvragen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 februari 2025, waarbij beide partijen aanwezig waren en vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Na afweging van de omstandigheden en de reeds geplande uitspraak in de hoofdzaak (zaken NL25.6093 en NL25.6095) concludeerde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 7 maart 2025 in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-behandelen van de asielaanvragen is afgewezen.