ECLI:NL:RBDHA:2025:4755
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring en verzoek om schadevergoeding afgewezen
De eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 24 februari 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel werd op 11 maart 2025 opgeheven. De eiser stelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was omdat hij strafrechtelijk was vrijgesproken en verzocht om schadevergoeding voor de gehele periode van bewaring.
De minister bood een schadevergoeding aan voor de periode van 7 tot en met 11 maart 2025, omdat vanaf 7 maart 2025 de maatregel onrechtmatig was geworden door een wijziging van de toepasselijke juridische grondslag. De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke aanhouding geen verkapt vreemdelingrechtelijk karakter had en dat er geen ernstig gebrek was in de strafrechtelijke aanhouding die de vreemdelingenbewaring onrechtmatig zou maken.
De rechtbank wees het beroep af en concludeerde dat de minister niet gehouden was tot een hogere schadevergoeding of vergoeding van reiskosten van de gemachtigde. Reiskosten voor het bezoeken van een cliënt worden geacht inbegrepen te zijn in de forfaitaire vergoeding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.