ECLI:NL:RBDHA:2025:4809

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
SGR 24/8707
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bestuursorgaan tot betaling proceskosten na intrekking beroep wegens besluitvorming

Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van het bestuursorgaan en stelde het bestuursorgaan in gebreke vanwege het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar. Vervolgens stelde verzoekster beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Tijdens de procedure trok verzoekster het beroep in nadat het bestuursorgaan alsnog een beslissing nam op het bezwaar.

Verzoekster verzocht de rechtbank om het bestuursorgaan te veroordelen tot betaling van de proceskosten. Het bestuursorgaan bood aan de gebruikelijke proceskosten van 0,5 punt te vergoeden. De rechtbank beoordeelde het verzoek en concludeerde dat het bestuursorgaan geheel tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een beslissing te nemen.

De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde het bestuursorgaan tot betaling van €453,50 aan proceskosten, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €51,- door het bestuursorgaan aan verzoekster moet worden vergoed.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het bestuursorgaan tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/8707

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J. Jansen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: [naam] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.
1.1.
Verzoekster heeft op 19 februari 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 9 februari 2024. Op 31 augustus 2024 in gebreke gesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar.
1.2.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
1.3.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft partijen uitgenodigd op de zitting van 14 februari 2025. Deze zitting is niet doorgegaan omdat verzoekster op 6 februari 2025 het beroep heeft ingetrokken. Verweerder heeft alsnog een beslissing genomen op het bezwaar. Verzoekster heeft verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
1.5.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld de gebruikelijke proceskosten van 0,5 punt te zullen vergoeden.
1.6.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Omdat verweerder alsnog een beslissing heeft genomen op het bezwaar, stelt de rechtbank vast dat verweerder geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 453,50.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.