Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser 1] te [woonplaats] ,
[eiser 2]te [woonplaats]
1.[gedaagde 1] te [woonplaats] ,
[gedaagde 2]te [woonplaats] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze zaak hebben eisende partijen een verzoek ingediend tot verbetering van het vonnis van 30 oktober 2024, omdat daarin abusievelijk een onjuiste periode werd genoemd voor de vergoeding van betaalde hypotheekrente.
De rechtbank heeft vastgesteld dat in randnummer 5.3 van het eerdere vonnis ten onrechte de periode januari 2021 tot en met februari 2024 werd genoemd, terwijl uit de overwegingen in randnummer 4.43 blijkt dat de juiste periode januari 2023 tot en met februari 2024 is. Deze fout kwalificeert als een kennelijke verschrijving die eenvoudig kan worden hersteld op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De rechtbank heeft daarop het vonnis aangepast door de periode in de veroordeling te corrigeren en deze wijziging op de minuut van het oorspronkelijke vonnis te vermelden. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025 door rechter R.C. Hartendorp.
Uitkomst: De rechtbank herstelt de kennelijke verschrijving en corrigeert de periode van vergoeding tot januari 2023 tot en met februari 2024.