ECLI:NL:RBDHA:2025:4817
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging WW-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de beëindiging van haar WW-uitkering per 16 januari 2025. De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed, wat bij financiële geschillen niet snel het geval is, omdat achteraf het bedrag alsnog kan worden terugbetaald.
Verzoekster stelde dat zij geen financiële buffer heeft en daardoor in acute financiële nood zou verkeren, met mogelijke betalingsachterstanden en problematische schulden. Zij heeft een bijstandsuitkering aangevraagd maar kon niet aangeven wanneer deze wordt toegekend.
De voorzieningenrechter heeft verzoekster verzocht haar spoedeisend belang met stukken te onderbouwen, maar zij heeft niet gereageerd. Er is geen bewijs geleverd van betalingsachterstanden of problematische schulden. Ook is niet aangetoond dat zij de periode tot de beslissing op de bijstandsaanvraag niet kan overbruggen.
Daarom concludeert de voorzieningenrechter dat er geen sprake is van een spoedeisend belang en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de WW-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.