ECLI:NL:RBDHA:2025:4829
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens Besluit- en Vertrekmoratorium Syrië
Eiser heeft op 14 juli 2023 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. De minister diende binnen zes maanden te beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen, waardoor de beslistermijn op 14 oktober 2024 eindigde. Eiser stelde de minister op 27 november 2024 schriftelijk in gebreke vanwege het uitblijven van een besluit.
Op 11 december 2024 trad een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) in werking voor vreemdelingen uit Syrië, waarmee de beslistermijn voor lopende asielaanvragen werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Eiser diende zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen in op 16 december 2024, terwijl het BVM al van kracht was. Hierdoor was het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. Eiser kan de minister pas na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, of na het einde van het BVM, opnieuw in gebreke stellen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het Besluit- en Vertrekmoratorium voor Syriërs.