ECLI:NL:RBDHA:2025:4829

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
NL24.50253
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens Besluit- en Vertrekmoratorium Syrië

Eiser heeft op 14 juli 2023 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. De minister diende binnen zes maanden te beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen, waardoor de beslistermijn op 14 oktober 2024 eindigde. Eiser stelde de minister op 27 november 2024 schriftelijk in gebreke vanwege het uitblijven van een besluit.

Op 11 december 2024 trad een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) in werking voor vreemdelingen uit Syrië, waarmee de beslistermijn voor lopende asielaanvragen werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Eiser diende zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen in op 16 december 2024, terwijl het BVM al van kracht was. Hierdoor was het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. Eiser kan de minister pas na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, of na het einde van het BVM, opnieuw in gebreke stellen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het Besluit- en Vertrekmoratorium voor Syriërs.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50253

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. B. de Haan),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 juli 2023.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
4. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
5. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
6. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.
7. De beslistermijn van vijftien maanden is in geval van eiser geëindigd op 14 oktober 2024. Eiser heeft de minister bij brief van 27 november 2024 in gebreke gesteld. Met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, heeft de minister een Besluit- en Vertrekmoratorium [1] (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Met het BVM voor vreemdelingen uit Syrië heeft de minister de beslistermijn voor lopende asielaanvragen verlengd tot ten hoogste 21 maanden. Eiser heeft zijn beroep ingediend op 16 december 2024. Op dit moment was het door de minister ingestelde BVM al in werking getreden, waardoor de minister niet langer kan beslissen op de aanvraag en het beroep prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
8. De rechtbank merkt op dat eiser na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, dus na 14 april 2025, de minister in gebreke kan stellen. Dat is anders wanneer het BVM eerder eindigt dan 14 april 2025. In dat geval kan eiser de minister na het eindigen van het BVM in gebreke stellen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (