ECLI:NL:RBDHA:2025:4832

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
NL24.52186
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 VwBesluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (2024, 41538)
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië

Eiseres diende op 7 september 2023 een asielaanvraag in. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar de beslistermijn werd verlengd tot maximaal 21 maanden vanwege het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) Syrië, dat op 14 december 2024 in werking trad.

Eiseres stelde de minister op 11 december 2024 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. Door het ingaan van het BVM kon de minister echter niet binnen deze termijn een besluit nemen. Hierdoor voldoet het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet aan de wettelijke vereisten en is het prematuur ingediend.

De rechtbank merkt op dat de beslistermijn uiterlijk op 7 juni 2025 zal verstrijken, waarna eiseres opnieuw een ingebrekestelling kan sturen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.52186

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 7 september 2023.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. Voordat eiseres een beroep kan indienen tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag, moet eiseres schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat er binnen twee weken alsnog moet worden beslist (de ingebrekestelling). [1] Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan eiseres beroep indienen.
4. De minister moet binnen zes maanden op de asielaanvraag van eiseres beslissen. [2] Voor bepaalde categorieën vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend, kan deze termijn worden verlengd tot ten hoogste 21 maanden wanneer naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan redelijkerwijs niet beslist kan worden of de aanvraag op een van de gronden uit artikel 29 van Pro de Vw ingewilligd kan worden. [3]
5. Met het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) Syrië van 11 december 2024 [4] , in werking getreden op 14 december 2024, is voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië die een asielaanvraag indienen of hebben ingediend, de beslistermijn verlengd met een jaar tot ten hoogste 21 maanden.
6. Eiseres heeft haar aanvraag ingediend op 7 september 2023. Op 7 december 2024 is de beslistermijn verstreken. Eiseres heeft de minister op 11 december 2024 in gebreke gesteld. Omdat op 14 december 2024 het BVM inwerking is getreden, kon de minister niet alsnog binnen de termijn van twee weken na indiening van de ingebrekestelling een besluit nemen. Dat betekent dat het beroep niet tijdig beslissen prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
7. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat op 7 juni 2025 de termijn van 21 maanden na het indienen van de aanvraag zal verstrijken. Daarmee verstrijkt op die datum ook de beslistermijn om op de aanvraag van eiseres te beslissen volgens het BVM, tenzij het BVM eerder eindigt dan 7 juni 2025. In dit laatste geval verstrijkt de beslistermijn op het moment dat het BVM eindigt. Eiseres kan de minister na 7 juni 2025, of indien het BVM eerder eindigt dan 7 juni 2025, in gebreke stellen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 6:2, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
2.Artikel 42, eerste lid, van de Vw.
3.Artikel 43, eerste lid, van de Vw.
4.Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (