ECLI:NL:RBDHA:2025:4835

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
NL25.9982
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf

In een eerdere procedure had de rechtbank de minister opgedragen uiterlijk 1 april 2026 een besluit te nemen op de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Tevens was een dwangsom opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn zou overschrijden.

Eisers hebben op 28 februari 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 10 april 2024. Op dat moment was de door de rechtbank opgelegde beslistermijn nog niet verstreken, waardoor het beroep prematuur was ingediend.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9982

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure (NL24.45071) heeft deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 28 januari 2025 het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dat dat de minister deze beslistermijn zou overschrijden, met een maximum van € 7.500,-.
2. Op 28 februari 2025 hebben eisers opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis, van 10 april 2024. In deze uitspraak beslist de rechtbank op dat beroep.
3. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

4. In de uitspraak van 28 januari 2025 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de rechtbank de minister opgedragen voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Eisers hebben op 28 februari 2025 opnieuw beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Op dat moment was de door deze rechtbank en zittingsplaats opgelegde beslistermijn nog niet verstreken. Dit betekent dat het beroep te vroeg (prematuur) is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).