ECLI:NL:RBDHA:2025:486
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie had de aanvraag afgewezen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag.
De rechtbank stelt vast dat eiser rond 13 november 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht in Nederland, waardoor hij geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens krijgt eiser geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.