Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring die op 24 januari 2025 was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Hij stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat de uitzettingsprocedure onvoldoende voortvarend werd uitgevoerd, met name vanwege het niet tijdig voeren van vertrekgesprekken.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek op 5 februari 2025 rechtmatig was bevonden. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Uit de overgelegde voortgangsrapportage bleek dat de minister op 29 januari 2025 een lp-aanvraag had ingediend en op 6 en 27 februari 2025 rappels had gestuurd aan de Marokkaanse autoriteiten. Tevens vonden vertrekgesprekken plaats op 29 januari en 7 maart 2025.
De rechtbank oordeelde dat deze uitzettingshandelingen voldoende voortvarend waren, ondanks dat er tussen vertrekgesprekken een periode van vijf weken en twee dagen zat. Er was geen sprake van onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel van bewaring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.