Eiseres, een vrouw van Eritrese nationaliteit behorend tot de Tigrinya bevolkingsgroep, vroeg asiel aan na vermeende problemen met de Eritrese autoriteiten. Zij stelde dat zij na het stellen van een kritische vraag tijdens een bijeenkomst over de oorlog in Tigray werd geconfronteerd met huiszoeking, sluiting van haar winkel en arrestatie van haar echtgenoot. Zij vreesde bij terugkeer voor gevangenschap.
De minister van Asiel en Migratie wees haar aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van deze problemen niet werd erkend, hoewel haar identiteit en nationaliteit wel als geloofwaardig werden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat het asielrelaas onvoldoende onderbouwd was, met name omdat de vraag die eiseres stelde niet als kritiek werd opgevat en er geen bewijs was dat de sluiting van de winkel daadwerkelijk haar winkel betrof.
Verder werd geoordeeld dat het feit dat eiseres met een visum het land kon verlaten geen reden was om haar verhaal ongeloofwaardig te achten, gezien mogelijke vertragingen in autoritaire staten. Ook vond de rechtbank dat het nader gehoor zorgvuldig was en dat er voldoende doorgevraagd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef van kracht.