Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 11 maart 2025 waarbij verweerder een maatregel van bewaring oplegde op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de gronden voor de maatregel niet, maar voerde aan dat hij geen strafadvocaat had gekregen en geen M122-formulier was uitgereikt.
De rechtbank oordeelde dat de zware en lichte gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende waren onderbouwd, waaronder het concrete risico op onderduiken en de strafrechtelijke aanleiding van het aantreffen van eiser zonder geldig identiteitsbewijs. Het ontbreken van het M122-formulier werd verklaard doordat eiser niet in strafrechtelijke detentie was geweest, maar op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet was opgehouden.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voortvarend had gehandeld bij de overdracht van eiser aan de Zwitserse autoriteiten, gezien de tijdige claim en het afwachten van de reactietermijn. De rechtbank vond geen onrechtmatigheid in de maatregel en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.