ECLI:NL:RBDHA:2025:4971
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bestreden besluit minister
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 23 februari 2023 is afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar bij besluit van 19 augustus 2024 bleef de minister bij zijn afwijzing. Vervolgens heeft verzoekster beroep ingesteld tegen dit bestreden besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL24.35952) op 13 februari 2025 behandeld. Verzoekster is verschenen met gemachtigde en tolk, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak van de rechtbank op het beroep in zaak NL24.35952 is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 21 maart 2025 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.